Asbesttoepassingen

Asbesttoepassingen zijn onder te verdelen in hechtgebonden en niet-hechtgebonden materialen.

Hechtgebonden materialen

In hechtgebonden materialen zijn de asbestvezels stevig in het dragermateriaal verankerd. In de meeste gevallen leveren dergelijke materialen geen direct blootstellingsrisico mits deze onberoerd blijven. Slijtage, beschadiging of ondeskundige bewerking brengt wel risico's met zich mee.

Enkele voorbeelden van hechtgebonden materialen zijn:

  • Vinyltegels
  • Bitumen
  • Kit
  • Remschijven, koppelingsplaten en remvoeringen*
  • Vonkenschotten
  • Immitatie marmer (bv. vensterbanken)
  • Asbestcement producten**
    • golfplaten
    • leien
    • gevel-, spouw- en kozijnbekleding
    • wandelementen
    • ontluchtingskanalen
    • rookgasleidingen
    • gas-, water- en rioleringsleidingen
    • bloembakken
    • stuc
    • afsmeerlagen

*Als gevolg van de toepassing van deze materialen komen er, als gevolg van slijtage, wel asbestvezels vrij die in de omgeving terecht kunnen komen.

**Als gevolg van ernstige verwering zullen cementgebonden materialen niet meer als hechtgebonden kunnen worden beschouwd.

    Niet-hechtgebonden materialen

    In niet-hechtgebonden materialen zijn de asbestvezels niet of nauwelijks aan het dragermateriaal gebonden. Hierdoor is er dan ook niet veel nodig om asbestvezels vrij te laten komen uit het materiaal. De risico's bij dergelijke materialen is dan ook in veel gevallen groot.

    Enkele voorbeelden van niet-hechtgebonden materialen zijn:

    • Textiel
    • Isolatiemateriaal
    • Pakkingen
    • Onderlaag vloerzeil
    • Papier
    • Vilt
    • Spuitasbest
    • Brandwerend board
    • Koord
    • Pluggen

    Naast de toepassing van asbesthoudende materialen in vastgoed, industriĆ«le installaties, schepen en offshore, kunnen deze ook voorkomen in oudere treinen, (vracht-)auto's, motoren, gas-, water- en elektrische installaties en huishoudelijke apparaten.

    Ook producten die zijn geproduceerd buiten de Europese Unie kunnen, conform de Nederlandse richtlijnen, asbesthoudende toepassingen bevatten. Dit heeft o.a. te maken met het verschil in interpretatie van de minimale hoeveelheid asbestvezels die een materiaal moet bevatten voordat het als asbesthoudend materiaal word beschouwd. Daarnaast beschouwen wereldwijd niet alle landen ook alle soorten asbest als zijnde schadelijk. Serpentijn asbest wordt in enkele landen zelfs, ondanks alle beschikbare wetenschappelijke onderzoeken, als niet schadelijk bestempeld. Het is dan ook van belang bij import van producten en materialen hier nadrukkelijke aandacht voor te hebben.