In het eerste kwartaal van 2017 zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd binnen de wetgeving in de asbestbranche. Hieronder vindt u een opsomming van de wijzigingen welke voor u als opdrachtgever het meest relevant zijn.

Per 1 januari 2017

Per 1 januari 2017 is het nieuwe Arbeidsomstandighedenbesluit ingegaan. De grenswaarde voor amfibool asbest is naar per die datum vastgesteld op 2.000 vezels per m3. De nieuwe risicoklassen zijn 1, 2 en 2A. Risicoklasse 3 komt te vervallen.

Risicoklasse 1

Onder risicoklasse 1 vallen alle bronnen die bij verwijdering onder de verwachte asbestvezelconcentratie van 2.000 vezels per m3 blijven.

Risicoklasse 2

Risicoklasse 2 zijn alle asbesthoudende producten waar alleen chrysotiel in zit en bij de verwijdering een verwachte asbestvezelconcentratie ontstaat van meer dan 2.000 vezels per m3. Vrijgave dient conform NEN2990 met Fase-contrast microscopie plaats te vinden.

Risicoklasse 2A

Onder risicoklasse 2A vallen asbesthoudende bronnen waar amfibool asbest met een massapercentage van meer dan 2% in is verwerkt en bij de verwijdering een verwachte asbestvezelconcentratie ontstaat van meer dan 2.000 vezels per m3.

Inlegvel

Waar moet u rekening mee houden; wanneer u als opdrachtgever een oud rapport heeft van voor 1 januari 2017 dan moet deze (mits er bronnen in staan) altijd voorzien zijn van een inlegvel. In het inlegvel komt te staan of er bronnen door de nieuwe grenswaarde wijzigen van risicoklasse. Wijzigt er een bron van risicoklasse dan wordt er een nieuwe SMA-rt toegevoegd.

Per 1 maart 2017

Per 1 maart 2017 is er een nieuwe arbeidsomstandighedenregeling. De SC-540 en SC-530  zijn samengevoegd tot 1 regelgeving.

Landelijk asbest volgsysteem (LAVS)

Alle werkzaamheden binnen de asbestketen dienen verwerkt te worden in het landelijk asbest volgsysteem (LAVS). U als opdrachtgever dient de gegevens van het te inventariseren object in te voeren. Door middel van een machtiging kunt u iemand in staat stellen dit voor u te verzorgen. De resultaten van de asbestinventarisatie en de relevante stukken en bevindingen van de asbestverwijdering inclusief de eindcontrole en stortbewijzen dienen te worden verwerkt in het LAVS.

De uitvoering van de asbestinventarisatie dient 48 uur van te voren te worden gemeld aan de certificerende instelling (CI). Is er sprake van een calamiteit* of van onvoorzien asbest dan dient de melding uiterlijk 24 uur na het veldwerk te worden verstuurd. Meldingen worden verstuurd vanuit het LAVS.

*Calamiteit: onverwachte gebeurtenis die kan leiden tot ernstige asbestrisico’s voor de werk- en leefomgeving.

Reikwijdte en Geschiktheid rapport

De termen type A en type B zijn komen te vervallen.

Het asbestinventarisatiebedrijf stelt een asbestinventarisatierapport op met daarin een beschrijving van de asbesthoudende materialen met inachtneming van de reikwijdte en de geschiktheid met daarin een beschrijving van het af te bakenen gebied of de af te bakenen ruimte bij de asbestverwijdering.

Op het titelblad van het inventarisatierapport dienen de reikwijdte en geschiktheid van de rapportage vermeld te worden.

Reikwijdte van het asbestinventarisatie, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen:

  • het gehele bouwwerk of het gehele object;
  • een gedeelte van het bouwwerk of een gedeelte van het object;
  • het bouwwerk of het object en het gebied rondom het bouwwerk of het object; of
  • uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of het object;

Geschiktheid van het asbestinventarisatierapport, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen:

  • niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk;
  • geschikt voor uitsluitend de verwijdering van het in dit rapport genoemde asbesthoudende materiaal;
  • geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te tasten; of
  • geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop; 

Onderzoek bij melding van niet gerapporteerd asbesthoudend materiaal

Indien het asbestinventarisatiebedrijf een melding krijgt over het vermoedelijk aanwezig zijn van asbesthoudend materiaal dat niet gerapporteerd is in een door hem opgesteld asbestinventarisatierapport, onderzoekt het asbestinventarisatiebedrijf of het gemelde asbestverdachte materiaal binnen de reikwijdte van het asbestinventarisatierapport valt.

Indien uit het onderzoek blijkt dat het gemelde asbestverdachte materiaal niet valt binnen de reikwijdte van het asbestinventarisatierapport, meldt het asbestinventarisatiebedrijf dit schriftelijk aan degene die de melding heeft gedaan.

Indien uit het onderzoek blijkt dat het gemelde asbestverdachte materiaal binnen de reikwijdte van het asbestinventarisatierapport valt, voert het asbestinventarisatiebedrijf een aanvullende asbestinventarisatie uit.

Indien uit de aanvullende asbestinventarisatie blijkt dat sprake is van asbesthoudend materiaal, worden een herzien asbestinventarisatierapport en een rapportage met een oorzaakanalyse opgesteld.

De rapportage met de oorzaakanalyse bevat ten minste de volgende onderwerpen:

  • een analyse van de oorzaak voor het ontbreken van het asbesthoudende materiaal in het oorspronkelijke asbestinventarisatierapport;
  • een analyse of het asbesthoudend materiaal al dan niet opgenomen had moeten worden in het oorspronkelijke asbestinventarisatierapport;
  • een analyse of het niet rapporteren van het asbesthoudend materiaal een incident betreft of structureel van aard is;
  • welke corrigerende maatregelen binnen het asbestinventarisatiebedrijf zijn genomen; en
  • op welke wijze en binnen welke termijn de in onderdeel d bedoelde corrigerende maatregelen worden getoetst op effectiviteit.

Het asbestinventarisatiebedrijf draagt er zorg voor dat de bedoelde corrigerende maatregelen effectief zijn

Behoefte aan meer uitleg?

Mocht u nog vragen hebben over de wijzigingen in de wetgeving neem dan contact met ons op.