KEUZES MAKEN OP BASIS VAN KENNIS

Bij het vervangen van oude daken van bouwwerken die voor 1994 zijn gebouwd is, in veel gevallen, een asbesthoudende dakbedekking aanwezig. Het hebben van de juiste kennis van materialen en hoe daarmee om te gaan is hierbij van cruciaal belang.

Wanneer het gaat om asbesthoudende materialen, worden er te vaak beslissingen genomen op basis van emotie. Hierbij komt het voor dat een uiterst beperkt risico zwaar wordt overtrokken, maar ook dat grote risico’s worden gebagatelliseerd. Dit heeft ook te maken met de werkhistorie van een mede werker. In vroeger tijden werd er immers nog dagelijks met asbest gewerkt. De risico’s hiervan waren toen nog niet bekend. Helaas is het echter zo dat er alleen al in Nederland jaarlijks ca. 1400 mensen overlijden aan de gevolgen van blootstelling aan asbestvezels (bron: Instituut Asbestslachtoffers). Wanneer een medewerker dit van dichtbij heeft meegemaakt, ontstaan er mogelijk ook schrikreacties. Hierdoor kan iemand bij elke aanwezigheid van een asbesthoudende toepassing al volledig in de stress raken, zonder enige kennis te hebben opgedaan over het type materiaal en de eventuele risico’s van het materiaal. Een zeer actueel voorbeeld hiervan is straalgrit waar asbest in is aangetroffen. Dit materiaal is bij een zeer grote groep bedrijven, in met name de industrie en maritieme sector, gebruikt. Hierbij lopen de emoties bij medewerkers, maar ook bij bijvoorbeeld omwonenden, zeer uiteen. Direct of indirect betrokkenen kunnen uiterst angstig reageren omdat zij van dichtbij hebben meegemaakt dat personen aan de gevolgen van asbestblootstelling zijn overleden. Maar tegelijkertijd zijn er mensen die het risico volledig bagatelliseren met opmerkingen zoals: ‘Het is maar wit asbest. Dat is toch niet gevaarlijk.’ Feit is echter dat er absoluut geen ongevaarlijk asbest bestaat. Er bestaat enkel een verschil in situatieafhankelijke risico’s. Dit verschilt van geval tot geval.

OPLEIDING

Het is dus van belang dat zowel de medewerkers in het veld als de aansturende en leidinggevende personen niet alleen goed op de hoogte zijn van de aanwezige asbesthoudende toepassingen, maar zich ook goed laten informeren over de risico’s daarvan. Vragen als: ‘In welke staat verkeert de asbesthoudende toepassing?’ en ‘Wat kan ik wel of niet veilig uitvoeren in de buurt van een asbesthoudende toepassing?’ dienen op voorhand te worden beantwoord. Het zou dan ook een goede zaak zijn als medewerkers al in hun opleiding (extern en/of intern) deze kennis kunnen opdoen. Zeker de nieuwe generatie medewerkers, die geen werkhistorie hebben in een periode waarbij asbest nog nieuw werd toegepast, loopt de grootste risico’s. Zij zullen al in hun primaire opleiding kennis bijgebracht moeten worden over het herkennen van asbestverdachte materialen, hoe en waar deze werden toegepast en hoe te handelen wanneer zij een asbestverdacht materiaal tegenkomen. In vervolgopleidingen kan vervolgens verder ingegaan worden op specifieke werkvelden met de daarbij behorende specifieke risico’s en procedures. Aandachtspunten voor de primaire opleiding dienen zich te rich-
ten op het herkennen van asbestverdachte materialen, wat de algemene risico’s zijn en hoe er gehandeld dient te worden wanneer er asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen. In de vervolgopleidingen kan, afhankelijk van de opleidingsrichting, verder ingegaan worden op specifieke toepassingen in het werkveld, wet- en regelgeving en projectmanagement, waarbij asbesthoudende toepassingen aanwezig zijn.


In Engeland bestaat er al een nationale verplichting om personen die in contact zouden kunnen komen met asbestverdachte materialen deugdelijk op te leiden. Deze verplichting gaat daarmee verder dan alleen de asbestinventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven. Om mensen bewust te maken van de werkelijke risico’s en door ze handvatten te geven ten aanzien van hoe veilig in de buurt van asbest verdachte materialen te kunnen werken, zal de emotie aan-zienlijk worden weggenomen.

ADMANSTARS VERZORGT OPLEIDINGEN EN TRAININGEN ALS BESCHREVEN IN DIT ARTIKEL, SPECIFIEK OP MAAT VOOR DE ORGANISATIE OF BRANCHE. DOOR HET VOLGEN VAN EEN DERGELIJKE OP MAAT GESNEDEN TRAINING KOMEN DE CURSISTEN IN HET BEZIT VAN DE JUISTE KENNIS, OM OP EEN VEILIGE EN VERANTWOORDE MANIER TE KUNNEN WERKEN IN GEBIEDEN WAAR ZICH MOGELIJK ASBESTHOUDENDE TOEPASSINGEN BEVINDEN. AFHANKELIJK VAN HET NIVEAU EN FUNCTIE VAN DE CURSISTEN ZAL VERDERE VERDIEPING WORDEN AANGEBODEN EN ZAL DE TRAINING VERSPREID WORDEN OVER MEERDERE DAGEN OF IN MODULES WORDEN AANGEBODEN.

ASBEST IS EEN VAK

Als gevolg van het Asbestdakenverbod moeten per 2024 alle in Nederland aanwezige asbestdaken in de komende jaren worden vervangen. Een asbestsanering kan nog wel eens diverse praktische en juridische haken en ogen hebben. Drie specialisten op dit gebied hebben zich onlangs verenigd in het samenwerkingsverband ‘Asbest & Recht’. Roofs sprak met de betrokkenen over het waarom van deze samenwerking.

Jasper Kosters, mr.dr. Yvonne Waterman en mr.drs. Herbert Pasveer hebben hun krachten en kennis gebundeld. Zo heeft Kosters een gespecialiseerd adviesbureau op het gebied van asbestsanering (Admanstars). Waterman is
gespecialiseerd in de civielrechtelijke aansprakelijkheden van asbest (Waterman Legal Consultancy) en Pasveer (Banning Advocaten) is de specialist op het gebied van bestuursrechtelijke asbestproblematiek. Met het samenwerkingsverband kunnen zij elkaars kennis en expertise aanvullen: “Zo kunnen wij een dienstverlening verzorgen die verder gaat dan de som der delen.”

SAMENWERKING

Asbestsanering – ook van daken – kent veel praktische haken en ogen, veel ingewikkelde regelgeving en wordt door Inspectie SZW, de Omgevingsdiensten en de certificerende instellingen met argusogen bekeken. Neem als voorbeeld een vastgoedbeheerder die zijn panden wil ‘verduurzamen’. Met betrekking tot de regelgeving is er een aantal zaken waar deze vastgoedbeheerder rekening mee moet houden. Zo is hij bijvoorbeeld verplicht het asbest door een gecertificeerde saneerder te laten verwijderen. Een klein foutje kan heel kostbaar uitpakken. In dit geval begeleidt Kosters het feitelijke saneringsproces. Hij heeft uitgebreide kennis op dit gebied, brede en jarenlange ervaring en aanvullend een enorm landelijk netwerk, dat hij kan inzetten voor de meest uiteenlopende vraagstukken. “Hier geldt echt: voorkomen is beter dan genezen,” aldus Kosters.

Pasveer is specialist op het gebied van bestuursrecht, dat is het rechtsgebied waarbij overheidsorganen een rol spelen. Zeker bij asbest en andere milieukwesties komt men gauw in de clinch met de overheid. Dit kan Inspectie SZW zijn, die een zware boete heeft opgelegd, maar bijvoorbeeld ook de Omgevingsdienst die het werk heeft stilgelegd, een gemeente die zich met een (dak-)sanering bemoeit, een Certificerende Instelling (CI), etc. Hij weet al ruim 25 jaar de weg in het bestuurs- en milieurecht, ook in de rechtszaal.

Waterman houdt zich vooral bezig met de civiele aspecten van asbestrecht. Zij houdt zich met name bezig met aansprakelijkheidskwesties. Waterman: “Ik kijk preventief of de offerte van een aannemer goed in elkaar steekt, om te voorkomen dat hij zich een contractueel wespennest op de hals haalt. Maar ook de afhandeling van schadeclaims tussen gebouweigenaar en huurder, opdrachtgever en saneerder, werkgever en werknemer doe ik graag, evenals communicatie rondom asbestperikelen.” Ook zij heeft een breed landelijk en internationaal netwerk, dat in het samenwerkingsverband ondersteunend kan zijn.

Wat is de toegevoegde waarde van deze samenwerking? Waterman: “Toevallig werken we momenteel samen aan een zaak waarbij zowel het civielrecht als het bestuursrecht op het scherp van de snede speelt. Het is voor de opdrachtgever erop of eronder. Dan is het een groot voordeel dat we alle specialismen in huis hebben en daarmee een strategie kunnen plannen om onze cliënt veilig naar het beste
resultaat te loodsen. In dit geval hebben wij letterlijk ‘at a moment’s notice’ een Engelse asbestexpert laten invliegen, die met een natuurkundige insteek ons een nieuw en doeltreffend argument in de zaak bood. Dàt had de tegenpartij niet verwacht, haha!”

Door hun krachten te bundelen, kunnen de drie specialisten fungeren als centraal portaal op het gebied van asbest. Daarnaast kan Asbest & Recht ook fungeren als gespecialiseerde vraagbaak voor de media en andere instanties.

MEER OPENHEID

Het verspreiden van betrouwbare informatie over asbest is nodig, omdat asbest een gevoelig onderwerp is waar dikwijls emotioneel en irrationeel op wordt gereageerd.
Begrijpelijk, vindt Kosters, maar door een gebrek aan kennis over het onderwerp wordt vaak overtrokken op de aanwezigheid van asbest gereageerd, met alle
(financiële) gevolgen van dien. “Probleem daarbij is ook vaak dat men de problematiek uit imago-overwegingen onder de pet wil houden. Zo leert men niet van elkaars
ervaringen en blijf je te maken hebben met angst – en als gevolg daarvan met verkrampte reacties: maatregelen die niet in verhouding staan tot het probleem. Asbest is alleen gevaarlijk bij inademing en langdurige blootstelling. Er zou al veel gewonnen zijn als de problematiek met meer openheid wordt benaderd en behandeld. Aan de andere kant wordt ook wel eens beweerd dat het gevaar van asbest verwaarloosbaar is, zoals in een recente open brief van woningcorporaties nog gebeurde. Dat is weer het andere uiterste.”


Waterman sluit zich hierbij aan, maar benadrukt dat vertrouwelijkheid een belangrijk onderdeel moet zijn van de dienstverlening die de samenwerkende partijen bieden. De eventuele aanwezigheid van asbest in het pand heeft
immers gevolgen voor de waarde van het gebouw, de reputatie van de cliënt en de rust op de werkvloer:
“Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de vertrouwelijkheid wordt bewaard. Wij beginnen altijd met het vaststellen van de feiten, op basis daarvan kunnen wij een zaak begeleiden en de emoties van de partijen tot rust brengen.” Zij ziet graag meer maatschappelijke bewustwording van asbestrisico’s.


Pasveer geeft aan dat veel onduidelijkheid inzake de asbestsanering voortkomt uit de interpretatie van regelgeving. Hij constateert: “Bij bestuursrechtelijke asbestgeschillen zie je vaak een rigide opstelling van de bestuursorganen, waarbij aan de letterlijke wetstoepassing meer gewicht wordt gehecht dan aan de daadwerkelijke risico’s.” Ook signaleert hij dat de jurisprudentie zich nu uitkristalliseert en steeds duidelijker wordt. De sector en bestuurders hebben er alleen maar baat bij om van de inmiddels aanwezige kennis en ervaring gebruik te maken.


Kortom, het samenwerkingsverband kan een rol spelen in een verdere professionalisering van de markt en het voorkomen van (bestuurlijke) boetes en schadeclaims.


IS 2024 HAALBAAR?

Vóór 2024 zullen alle in Nederland aanwezige asbestdaken moeten zijn verwijderd. De saneringen komen echter maar traag op gang en 2024 komt snel dichterbij. Is de deadline haalbaar? De partners binnen Asbest & Recht hebben er een hard hoofd in. “Het zal wel moeten,” aldus Pasveer, “want de betreffende daken zijn in dat jaar aan het eind van hun levensduur. De kans dat asbestdeeltjes losraken en in de lucht terecht komen wordt alleen maar groter naarmate de daken ouder worden.”

Waterman vult aan: “Internationaal wordt Nederland in de gaten gehouden, maar je ziet ook dat op Europees niveau de nodige initiatieven worden genomen. Zo heeft Polen inmiddels ook een zwaar beleid op het gebied van asbestsanering – kort samengevat: alle asbest moet weg – en kunnen wij leren van de ervaringen daar.”

“Asbest is een vak,” besluit Kosters met nadruk. “Het onderwerp moet dan ook als zodanig benaderd worden: op een professionele manier en met inzet van de juiste specialisten.”