Asbest verboden sinds 1993

Sinds 1 juli 1993 is het verboden om asbest te gebruiken of asbesthoudende toepassingen te produceren, verkopen, importeren, weggeven, toe te passen en te bewerken. Binnen de Europeese Unie is een asbestverbod van kracht sinds 2005.

Werken met asbest is gevaarlijk. Daarom gelden voor het omgaan met asbest wettelijke regels. Welke regels voor u van toepassing zijn is afhankelijk van een aantal factoren. Gaat u beroepsmatig met asbest om of gaat u als particulier met asbest om.

Particulieren die asbesthoudend materiaal willen verwijderen krijgen te maken met het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012.

Als u beroepsmatig, dus als werkgever, werknemer of zelfstandige met asbest omgaat is ook het Arbeidsomstandighedenbesluit van belang.

Daarnaast is nog andere regelgeving belangrijk zoals het Productenbesluit asbest. Het Productenbesluit asbest verbiedt onder andere het in voorraad houden en bewerken van asbest.

Wet- en regelgeving

Het onderzoeken (inventariseren) en verwijderen van asbesthoudende toepassingen is aan diverse wet- en regelgevingen gebonden. De belangrijkste zijn:

  • Asbestverwijderingsbesluit 2005
  • Besluit asbestwegen
  • Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit)
  • Productenbesluit Asbest
  • Certificatieschema's voor werken met asbest
  • Bouwbesluit 2012
  • Modelverordening Gemeenten

Asbestverwijderingsbesluit 2005

Het Asbestverwijderingsbesluit heeft als doel de emissie van asbestvezels te beperken bij sloop en ten tijde van het verwijderen van asbesthoudende materialen uit gebouwen of objecten. Ook het opruimen van asbesthoudende materialen na incidenten valt onder het besluit.

Als een eigenaar van een gebouw asbest uit een bouwwerk wil (laten) verwijderen, moet hij daar in de meeste gevallen melding van doen bij de gemeente. Daarbij maakt het niet uit hoeveel asbest hij wil verwijderen. In het Bouwbesluit 2012 staat aangegeven wanneer en onder welke voorwaarden een melding gedaan moet worden. Het asbest moet in de meeste gevallen verwijderd worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf.

In sommige gevallen mag een particulier de asbestverwijdering zelf uitvoeren. Ook in dat geval moet hij melding doen bij de gemeente.

Besluit asbestwegen

Het is sinds 1 januari 2000 verboden een weg, een pad of een erf dat asbest boven een bepaalde concentratie bevat voorhanden te hebben. Het verbod geldt niet als de eigenaar heeft aangetoond dat deze concentratie niet overschreden wordt. Daarnaast geldt het verbod niet als het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht en de weg is afgedekt met asfalt, klinkers of beton.

Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit)

Het Arbeidsomstandighedenbesluit geeft voor asbest met name concrete bepalingen in:

  • hoofdstuk 2, afdeling 5 (bouwproces)
  • hoofdstuk 4, afdeling 5 (aanvullende voorschriften asbest)
  • hoofdstuk 8, afdeling 1 (persoonlijke beschermingsmiddelen)

Het Arbeidsomstandighedenbesluit schrijft onder andere voor dat een bedrijf dat asbest wil verwijderen of wil opruimen, eerst een asbestinventarisatierapport moet laten opstellen door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Zo'n rapport beschrijft de risicoklasse waarin de werkzaamheden met asbest worden ingedeeld (1, 2 of 2A).

Er zijn enkele specifieke uitzonderingen. Deze staan in het besluit.
Werkzaamheden met een laag risico (klasse 1) zijn bijvoorbeeld het demonteren van asbest, dat nog in een goede staat verkeert, zonder dit te breken. In deze gevallen hoeft de asbestverwijdering niet te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf, maar mag ook een asbestdeskundige aannemer de werkzaamheden uitvoeren. Het Arbeidsomstandighedenbesluit en vooral de bijbehorende regeling wordt op regelmatige basis gewijzigd. De meest recente informatie is te vinden op het Arboportaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Productenbesluit Asbest

Het Productenbesluit geldt voor zowel bedrijven als particulieren. Het besluit bevat het verbod op het produceren, op de markt brengen, invoeren, in voorraad houden, verkopen, toepassen en hergebruiken van asbesthoudende producten. De regels gelden niet voor bodemverontreinigingen met asbest en asbesthoudend afval, voor zover het gaat om verwijdering door verbranden of storten van asbest, maar wél op nuttige toepassing van asbesthoudende afvalstoffen.

Certificatieschema's voor werken met asbest

Een van de instrumenten die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) inzet om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te bevorderen, is certificatie. Voor bepaalde werkzaamheden met asbest is een wettelijk certificaat verplicht. De bedoeling van het certificaat is, dat de gebruiker een ‘gefundeerd vertrouwen' mag hebben dat aan de te stellen eisen is voldaan.

Certificaten worden aan de certificaathouders verstrekt door certificerings- en keuringsinstellingen (cki's) die daartoe door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn aangewezen. Zij toetsen of het product, het systeem of de deskundige persoon aan de geldende criteria voldoen. Certificatie-eisen worden opgesteld door deskundigen van partijen die bij een onderwerp betrokken zijn (verenigd in een Centraal College van Deskundigen (CCvD)). Dit zijn bijvoorbeeld klanten, gebruikers, producenten en certificerende instellingen. Als de eisen voldoen aan de voorwaarden van de overheid, dan worden ze door de minister van SZW vastgesteld en krijgen ze daarmee een wettelijke status.

Ascert (stichting certificatie asbest) is de door de minister van SZW aangewezen beheersstichting in het werkveld asbest. Ascert vervult binnen het werkveld asbest een coördinerende en faciliterende rol voor SZW. Ascert verstrekt zelf geen certificaten. Dit is voorbehouden aan de cki's.

Bouwbesluit 2012

Het Bouwbesluit bevat voorschriften voor het bouwen, gebruiken en (geheel of deels) slopen van bouwwerken. Hieronder staan de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit over slopen en asbest uitgewerkt. 

Sloopmelding in plaats van sloopvergunning

In het Bouwbesluit 2012 is de voorheen van toepassing zijnde sloopvergunning, vervangen door de sloopmelding. De hoofdregel bij een dergelijke sloopmelding is dat de sloper ten minste vier weken voor de aanvang van de werkzaamheden de sloopmelding bij het bevoegd gezag doet (artikel 1.26). In een beperkt aantal gevallen, bijvoorbeeld reparatieonderhoud, kan deze termijn verkort worden tot vijf werkdagen. Soms is er geen sloopmelding nodig. Wel is het mogelijk dat volgens andere wetgeving zoals de Monumentenwet voor het slopen een vergunning nodig is. De eisen waaraan een sloopmelding moet voldoen staan in artikel 1.26 Bouwbesluit.

Paragraaf 1.7 ‘Procedure sloopwerkzaamheden' bevat voorschriften voor de sloper. Dit is degene die ook de sloopmelding doet. Ook een ander mag onder voorwaarden deze melding doen.

De meldingsplicht, in plaats van een vergunningplicht, betekent geen enkele verlaging van de prioriteit voor de asbestverwijdering. De toelichting op deze paragraaf benadrukt dit. Men kan een sloopmelding via het omgevingsloket indienen.

Wanneer is een sloopmelding verplicht?

Men moet een sloopmelding indienen als er meer dan 10 m2 sloopafval vrijkomt. Ook moet men een sloopmelding indienen als men asbest gaat verwijderen. Bij kleine verbouwingen zonder asbest is dus geen sloopmelding nodig. Als men tijdens een kleine verbouwing asbest vindt wat men moet verwijderen, is een sloopmelding alsnog nodig.

Een aantal beroeps- of bedrijfsmatige verwijderingshandelingen zijn niet melding plichtig. Deze handelingen staan in het besluit beschreven. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen.

Verder zijn van de meldingsplicht vrijgesteld:

  • een sloop volgens een besluit volgens artikel 13 van de Woningwet
  • de toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom
  • een sloop van een seizoensgebonden bouwwerk.

Termijn sloopmelding

De melding moet minimaal vier weken voor de begin van de sloopwerkzaamheden ingediend zijn. Het bevoegd gezag kan afwijken van deze termijn. Dit kan bijvoorbeeld in gevallen van een directe noodzaak tot sloop bij een calamiteit.

In bepaalde gevallen van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden mag deze termijn tot 5 werkdagen worden beperkt. Dit kan als de normale termijn zou leiden tot onnodige leegstand of ernstige belemmering van het gebruiksgenot.

Voor particulieren geldt ook een termijn van 5 werkdagen. Deze termijn geldt voor de verwijdering van in het besluit genoemde hechtgebonden asbesthoudende toepassingen. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van maximaal 35 m3 geschroefde hechtgebonden asbesthoudende golfplaten per (kadastraal) perceel.

Degene die gaat slopen moet de start van die werkzaamheden melden bij het bevoegd gezag. Deze melding moet het bevoegd gezag minstens twee dagen voor de feitelijke start van de werkzaamheden hebben. Dit staat in artikel 1.33 van het Besluit. Ook moet deze persoon de beëindiging van de werkzaamheden na uiterlijk een werkdag melden aan het bevoegd gezag.

Aan te leveren gegevens bij een sloopmelding

De indiener van de sloopmelding moet bij de melding bepaalde gegevens overleggen. In artikel 1.26 lid 6 staat dat het onder meer gaat om de volgende gegevens:

  • de naam en het adres van de eigenaar van het te slopen bouwwerk
  • een asbestinventarisatierapport

Niet alle gegevens aangeleverd, wat dan?

Een sloopmelding is alleen ingediend als alle in artikel 1.26 genoemde gegevens met het meldingsformulier zijn aangeleverd. Als er gegevens ontbreken, dan is de sloop dus niet gemeld. Het bevoegd gezag kan in dit geval handhavend optreden door een zogenoemde (preventieve) herstelsanctie.

Aanleveren asbestinventarisatie

Het Bouwbesluit bepaalt niet wanneer een asbestinventarisatierapport nodig is. Dit is geregeld in artikel 3 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. In Artikel 4 van dat besluit staan de uitzonderingen daarop.  Deze uitzonderingen zijn:

  • 1. Algemeen:

    • werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan bouwwerken of objecten, niet zijnde zeeschepen als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die op of na 1 januari 1994 zijn gebouwd dan wel vervaardigd;

    • het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen;

    • wegen als bedoeld in het Besluit asbestwegen milieubeheer.

  • 2. Een asbestinventarisatierapport is niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:

    • verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen en mantelbuizen, voor zover zij deel uitmaken van het ondergrondse openbare gas-, water- en rioolleidingnet;

    • verwijderen van geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;

    • verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen;

    • verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;

    • verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt.

  • 3 Een asbestinventarisatierapport is niet van toepassing op het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel:

    • verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voor zover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;

    • verwijderen van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voor zover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;

    • verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een vaartuig, voor zover het vaartuig niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter bedraagt.

Wanneer het Asbestverwijderingsbesluit een asbestinventarisatierapport verplicht stelt moet dit rapport ook met de sloopmelding worden ingeleverd. Deze bepaling staat in het Bouwbesluit 2012 artikel 1.26 lid 6 onder g.

De indieningswijze van de sloopmelding

De sloopmelding kan digitaal gedaan worden via het omgevingsloket. Daarnaast kan ook een papieren formulier worden gebruikt. Dit formulier kan zelf samengesteld worden op het omgevingsloket.

Asbest in scholen en ziekenhuizen

Zowel scholen als ziekenhuizen zijn door de overheid bestempeld als specifieke sectoren die een algehele verplichting is opgelegd om van de bij hen in gebruik zijnde bouwwerken de asbestrisico's in kaart te brengen. Deze verplichting is voor beide sectoren reeds sinds 2012 van kracht.

(bron: infomil)