FAQ n.a.v. de wijzigingen in de grenswaarde van asbest amfibolen en de risicoklassen

Aangepast: 17 november 2016

Achtergrond

1) Waarom wordt de grenswaarde voor asbest amfibolen verlaagd?

De grenswaarde wordt verlaagd omdat uit advies van de Gezondheidsraad gebleken is dat de oude grenswaarde voor amfibolen, 10.000 vezels/m3, leidt tot een hogere kans op asbestziekten dan tevoren gedacht.

2) Is de nieuwe grenswaarde 2000 vezels/m3 veilig?

Voldoen aan de nieuwe grenswaarde 2000 vezels/m3 (gedurende 8 uur per dag) leidt tot een lagere kans om ziek te worden van asbest. Het is geen absoluut veilige blootstelling, maar de kans op ziek worden is erg klein (minder dan 5 op de miljoen per jaar).

3) Welke grenswaarde is veilig en waarom wordt die niet ingevoerd?

Geen enkele blootstelling is absoluut veilig. Wel is bij lage blootstellingen de kans op asbestziekten heel erg klein. Een niveau van 420 amfibole vezels /m3, gedurende 8 uur per dag, is daarvoor het streefniveau volgens de Gezondheidsraad. Bij dat niveau is de kans maar 1 op de miljoen per jaar. Deze lage waarde kan op dit moment nog niet gehaald worden bij veel saneringsprojecten van asbest amfibolen.

4) Hoe ziet de risicoklasse- indeling er na de wijziging uit?

Het Arbobesluit zal zo worden gewijzigd dat er vanaf de ingangsdatum sprake is van een vereenvoudiging van de risicoklasse-indeling. Er zal feitelijk nog sprake zijn van 2 risicoklassen. Klasse 1 omvat dan werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie onder de grenswaarden verwacht wordt. Klasse 2 omvat de werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie boven de grenswaarden verwacht wordt. Een deel van de werkzaamheden waarbij een vezelconcentratie boven de grenswaarden wordt verwacht zal in risicoklasse 2A gaan vallen. Dit betreft die werkzaamheden waarbij een overschrijding van de grenswaarde voor asbest amfibolen wordt verwacht. Daarvoor wordt een bepaling ingevoerd over de eindmeting na de werkzaamheden. Risicoklassen

5) Heet risicoklasse 3 vanaf nu 2A? waarom?

Er is wel overeenkomst, maar de oude risicoklasse 3 is niet gelijk aan klasse 2A. Klasse 2A geldt speciaal voor amfibolen. De oude risicoklasse 3 bevatte weliswaar vooral werkzaamheden met asbest amfibolen, maar ook sanering van niet hechtgebonden chrysotiel kon in klasse 3 vallen. Bovendien geldt risicoklasse 2A al vanaf de grenswaarde voor amfibolen, 2000 vezels per m³, terwijl risicoklasse 3 gold voor een vezelconcentratie in de lucht van meer dan 1 miljoen vezels/m³.

6) Waarom wordt risicoklasse 3 afgeschaft?

Er was in het Arbobesluit maar 1 onderscheidend voorschrift voor risicoklasse 3: de verzwaarde eindbeoordeling (de verplichting tot meten in de aangrenzende ruimte). Dit voorschrift is geschrapt. Verder gold de oude risicoklasse 3 voor een vezelconcentratie in de lucht van meer dan 1 miljoen vezels/m3. Dit geeft de indruk dat dergelijke vezelconcentraties op zichzelf acceptabel zijn. De bedoeling is echter dat dergelijke hoge vezelconcentraties steeds minder voorkomen, in het licht van de nieuwe grenswaarden en de inspanningen op het gebied van beperking van vezelemissie die daarvoor nodig zijn.

7) Hoe weet ik nu dat ik met een hoog-risicosanering te maken heb?

Dat blijkt uit de samenstelling van het te verwijderen materiaal en de te hanteren methode. Deze informatie is te vinden in het asbestinventarisatierapport.

8) Welke adembescherming moet ik toepassen?

De te gebruiken adembescherming moet afgestemd zijn op het risico in het uit te voeren werk. Dat betekent dat in de eerste plaats bronmaatregelen ter beperking van de vezelconcentratie moet worden toegepast. Vervolgens moet het adembeschermingsmiddel voldoende beschermen tegen de vezels die ondanks het nemen van emissiebeperkende maatregelen, toch nog in de lucht aanwezig zijn. Over het algemeen biedt adembescherming met onafhankelijke lucht een hogere bescherming. Op dit moment wordt er binnen Ascert gewerkt aan afspraken over bij welk soort werkzaamheden een dergelijke adembescherming moet worden ingezet. Daarnaast is nu nog duidelijker dat de te gebruiken adembescherming volgens de regels moet worden gedragen: d.w.z. het adembeschermingsmiddel moet passend zijn, schoon zijn, heel zijn, en persoonlijk zijn (niet door meerdere mensen gedragen worden). Er moet een zgn. face-fittest op het persoonlijke masker zijn uitgevoerd en de gebruiker moet instructie hebben gekregen hoe ermee te werken. Momenteel wordt met TNO gekeken in welke gevallen onafhankelijke lucht benodigd zal zijn. Dit zal dan op de betreffende SMART-uitdraai vermeld gaan worden. De komende maand zal duidelijk worden wanneer dit het geval zal zijn.

9) Moet ik mijn werkmethoden aanpassen?

Dat hangt af van de manier waarop er nu gewerkt wordt. In ieder geval is het nodig om, om de grenswaarden voor chrysotiel , maar vooral die van asbest amfibolen te halen, altijd bronmaatregelen te nemen om de emissie zo laag mogelijk te houden. Breuk moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Zeker als breuk niet kan worden voorkomen – maar niet alleen dan - moet bronafzuiging worden toegepast. Niet hechtgebonden toepassingen en ernstig verweerde hechtgebonden toepassingen zullen moeten worden geïmpregneerd. Dit geldt zeker voor toepassingen met asbest amfibolen. Bij de werkzaamheden met de hoogste risico’s zal ook de blootstellingduur moeten worden aangepast.

10) Hoe gaat de Inspectie SZW hierop handhaven?

Waar gaan ze op letten? Inspectie SZW zal nog meer dan voorheen gaan letten op het voorkómen van emissie. Het nemen van bronmaatregelen is in iedere situatie verplicht. Droog saneren van niet-hechtgebonden asbesttoepassingen of van toepassingen met een substantieel gehalte aan amfibolen zal niet worden geaccepteerd. Bronafzuiging moet waar mogelijk worden toegepast als veel vezelemissie kan optreden (als breuk niet voorkomen kan worden, en in het algemeen bij het verwijderen van verweerd of niet-hechtgebonden materiaal). Ook zal strenger worden toegezien op het juist gebruik van adembescherming: is dit schoon, goed onderhouden, juist opgezet en perfect passend (blijkend uit een Fittest certificaat, uitgevoerd op het eigen persoonlijke masker)?

11) Wat zijn de voorschriften voor de eindmeting in klasse 2?

Na binnen werkzaamheden in klasse 2 moet een eindbeoordeling plaatsvinden door een onafhankelijk laboratorium. Deze bestaat uit een visuele inspectie gevolgd door een eindmeting, waarbij een waarde van 10.000 vezels/m3 als toetswaarde gebruikt wordt.

12) En in klasse 2A?

In klasse 2A geldt dat de eindbeoordeling bestaat uit een visuele inspectie gevolgd door een eindmeting, waarbij een waarde van 2.000 vezels/m3 als toetswaarde gebruikt wordt. Deze lagere toetswaarde heeft consequenties voor de methode die gebruikt wordt voor de eindmeting. Met de tot nu gebruikte en ter beschikking staande meetmethodes betekent een toetswaarde van 2000 vezels/m3 een meting met scanning elektronenmicroscopie (SEM). Innovatie in meetmethoden kan er overigens toe leiden dat dit verandert. Op dit voorschrift komen enkele uitzonderingen. Deze uitzonderingen zullen voor 1 januari 2017 door SZW worden bekend gemaakt en middels een ministeriele regeling worden aangegeven. Waarschijnlijk zullen deze uitzonderingen zijn: die situaties waarin uitsluitend sprake is van kleine losliggende oppervlakken onbeschadigd product waarvoor geen bewerkingen nodig zijn; en die situaties waarin de (te verwachten) concentratie van asbest amfibolen in de lucht, beperkt is. Wat “klein” is en welke een lage concentratie bevatten wordt binnenkort bekend gemaakt.

13) Wordt de verzwaarde eindbeoordeling afgeschaft?

Waarom? Ja, het uitvoeren van een eindbeoordeling in de ruimte die grenst aan het containment wordt afgeschaft omdat van deze verplichting in de praktijk geen toegevoegde waarde gebleken is.

14) Hoe moet ik weten of ik in klasse 2 of 2A werk?

Dat zal aangegeven worden in het inventarisatierapport. Het instrument SMA-rt wordt hier momenteel op aangepast.

15) Wanneer gaan de wijzigingen in?

Ze gaan in per 1 januari 2017.

16) Wat geldt er in de tussentijd tussen publicatie en ingangsdatum?

In die tijd geldt de situatie zoals voor de publicatiedatum; zij het dat ervan uit mag worden gegaan dat inventarisatiebureaus in hun rapporten aan zullen geven dat bij sanering na 1 januari 2017 mogelijk een aanvulling op het inventarisatierapport nodig is.

17) Mag ik nog (laten) saneren op een oud inventarisatierapport?

Ja dat is mogelijk. Idee is nu om, net als bij de aanpassing grenswaarde chrysotiel, te gaan werken met het inlegvel. Namelijk dat het inventarisatiebureau het rapport voorziet van een inlegvel en aangeeft of de klasse van de betreffende bron is gewijzigd. Zo ja, dan dient van die bron een nieuwe Smart-uitdraai te worden bijgevoegd. Ook hier wordt binnenkort een definitief besluit in genomen.

18) Wordt de NEN 2990 nog hierop aangepast?

Ja, de NEN 2990 is momenteel in revisie en de wijzigingen in de grenswaarde en risicoklasse en eindmetingen zullen hierin worden meegenomen. Mocht de NEN 2990 niet op tijd van kracht worden, dan zal een interim-regeling worden opgesteld zodat toch duidelijk is welke uitgangspunten gehanteerd moeten worden door de laboratoria.

19) Worden de certificatieschema’s hierop aangepast?

Ja, de schema’s worden momenteel herzien en de wijzigingen worden hierin meegenomen. 

20) Wordt SMA-rt hierop aangepast?

Ja, SMART zal worden aangepast. Aan TNO is opdracht gegeven aan te geven op basis van de bekende metingen welke aanpassingen er in de risicoklassen doorgevoerd moeten worden. Vanaf januari zullen de Smart-uitdraaien aangepast zijn op de nieuwe grenswaarden en bepalingen.

21) Wordt sanering van mijn asbest nu duurder? Dat hangt af van het type asbest dat gesaneerd moet worden. Bij saneringen van asbest amfibolen (van enige omvang) moet een verhoging van de kosten worden verwacht door aangepaste werkwijzen en duurdere eindmeting. Saneringen van chrysotiel asbest zullen door deze wijzigingen niet duurder worden.

(bron: Ascert)